Bezienswaardigheden De Bosbeek Kleuterschool Geschiedenis gebroeders Croll Verenigingen Sint Laurentius kontakt Hoeven Zaal Wilgenveld

Geschiedenis


Tussen de Diester- en de Maastrichtersteenweg, bespoeld door de Bosbeek, vindt men het gehucht "Wurfeld",
op een afstand van ongeveer 2,5 km. van Maaseik.

De oudste schrijfwijze van de naam Wurfeld, is bewaard in een boek van de Borman:
"le livre des fiefs du comté de Looz soux Jean d'Arkel".
1368: Petrus van der Heyden Werffele
1369: Warffelden
In 1393 wordt het Warfelde: toen ook was er reeds sprake van "
Vergelshof"
1411: Warfelt.
Deze oude schrijfwijze bevestigt de mening van Prof. Carnoy over de betekenis van de naam:
Warf is een soort wilg. Wurfeld betekent dus Wilgenveld.

Het is mogelijk, dat er reeds mensen in Wurfeld woonden in het neolitische tijdperk.
Men heeft in het gehucht
silex-stenen gevonden.
In de derde eeuw van onze tijdrekening liep de weg die de Romeinen aanlegden van Tongeren naar Nijmegen over Elen naar Siemkensheuvel en zo naar St. Jansberg door Wurfeld.

Landbouwers die daar ploegden, ontdekten er nog de sporen van.
In de 8ste eeuw maakte Wurfeld deel uit van een groot domein op de linkeroever van de Maas.
Dit was eigendom van een bekende vrije heer, Adelhard geheten.

Hij woonde te Aldeneik en was vader van Harlindis en Relindis, twee heiligen die te Aldeneik een klooster van Benediktinessen gesticht hebben.
Zo komt het dat Wurfeld sinds onheugelijke tijden deel uitmaakte van de parochie Aldeneik.
Voor de 16de eeuw bestonden te Wurfeld, buiten de molen, nog acht hoeven.
Deze boerderijen dragen nog dezelfde naam als vroeger: Eendenhof-Blokhuishof-Bartelhof-Engelenhof-Hakenhof-Putmanshof (waarschijnlijk de hoeve die nu Kellenhof heet) - Knoopshof en Vergelshof.

Vergelshof is het type van een Frankische boerderij.
De pachters van deze boerderijen noemden men halven, omdat deze huurders de helft van wat de hoeve opbracht aan de eigenaar als pachtprijs moesten afstaan.
De vroegere bouwstijl kan men nog wel terugvinden in de huidige huizen, alleen werd het strooien dak door pannen vervangen. Verdiepingen waren er niet- alle vertrekken lagen gelijkvloers. Het woonhuis, de keuken en de slaapkamers grensden aan de koe- of schaapsstal. Langs de stal lag de schuur en verderop was er een apart gebouwtje: het bakhuis; vervolgens nog de "schaop" en de waterput.
Rond 1640 waagden twee kanunniken, inwoners van Maaseik, zich in de bossen en moerassen van Wurfeld om daar geestelijke hulp aan de bewoners te brengen. Deze twee kanunniken heetten Willem en Jacob Croll, ze behoorden tot het kapittel van Maaseik.
Nabij een open plek in het bos lag een weide met een vijver, vlak achter Vergelshof. Daar vonden de beide geestelijken een plaats waar zij een kapel bouwden, Als patroon voor deze nieuwe kerk kozen zij de H. Laurentius. Deze beide kanunniken Croll waren de eerste weldoeners van het gehucht.
In dezelfde periode bouwden zij ook een huisje op een twintigtal stappen afstand van hun kapel, op een plaats door een gracht omgeven, die aan een schans doet denken (dit is een verdedigde plaats).

Dit paviljoen, wat het in eerste instantie was, ligt aan de oorsprong van het huidige kasteel.
In een kamer wordt nog een schouw bewaard met het opschrift "Rara est concordia fratuum" ("zeldzaal is de eendracht tussen broeders").
In 1976 werden er de grachten geveegd en toen heeft men een muur ontdekt van circa 1 meter dik. Twee lagen zandstenen vormen de basis, daarboven bakstenen. Zou op die schans in de Middeleeuwen een mottoren gestaan hebben?
De grafsteen van de gebroeders Croll wordt bewaard in het Museactron te Maaseik.
Rond 1900 zag het kapelletje er zeer bouwvallig uit. In dat jaar besloot men een nieuwe, waardigere, kapel te bouwen. Hetgeen gebeurde in neo-gotische stijl., dicht bij de weg Maaseik-Neeroeteren gelegen. De heer Ludovic Nagels schonk een stuk grond, waarop dit kerkje kon gebouwd worden.
Van de oude kerk werd alleen een steen met het wapenschild van de gebroeders Croll bewaard. deze is ingemetst in de toren van het kasteeltje. Tevens zijn er nog enkele glasramen (in de nieuwe ker en in het Museactron te Maaseik) en bestaat er nog een tekening van Z.E. Heer Claessens van 1895.
In 1942 maakte Mgr. Kerkhofs van Wurfeld een rectoraat. De eerste rector was E.H. Nouwkens.
In 1945 liet mej. Ludovique Nagels een pastorie bouwen. Dankzij haar giften en deze van de parochianen was het eveneens mogelijk om een school te bouwen (1947) en in 1953 te vergroten.
Sinds 1956 is Wurfeld een parochie. De eerste pastoor was E.H. Claessen; in 1963 werd hij opgevolgd door E.H. Scheymans.
Ieder jaar wordt op 10 augustus in de kerk het feest van de H. Laurentius, de parochieheilige, gevierd. Vermelden wij hier nog, dat in de schatkamer van de St. Catharinakerk te Maaseik de relieken van de H. Laurentius in een prachtige zilveren houder worden bewaard.
Voordat de school langs de Kapelweg werd gebouwd, kregen de kinderen de gelegenheid, gedurende twee jaar, 1ste, 2de en 3de klas te volgen in een lokaal van het Kasteel. Ook heeft een kleuterklas onderdak gevonden in een gebouwtje, ter beschikking gesteld door mevrouw Stephanie de Fraipont, en dit tot 1969.
In 1971 werd door de bewoners van Wurfeld een parochiezaal gebouwd, op een stuk grond geschonken door Mej. Ludovique Nagels. Alles werd door de parochianen zelf bekostigd. Deze zaal draagt de naam "Wilgenveld".
Maar grijpen wij nog even terug in de tijd. Tijdens de Franse revolutie werden alle kerkelijke goederen verkocht. Zo ook te Wurfeld. Alleen het paviljoen bleef eigendom van de Kerkfabriek van Maaseik. Zo ruilde deze Kerkfabriek, in 1840, dit huis met tuin, voor een stuk land in de huidige Rozenboomgaardstraat, toebehorend aan Adriaan Eykholt, heer van Vissersweert. Deze laat het na aan zijn zoon Jan-Hendrik, de laatste Heer van Vissersweert.

Hierna komt het goed in het bezit van zijn dochter Apolline, die huwde met de Heer H. Nagels.
Louis Nagels, burgemeester van Maaseik (1792-1795) was de vander van Henri (1884), schepen van Maaseik, wiens zoon Louis (1893) commissaris was van het arrondissement te Tongeren, vader van Ludovic (1933) eerste advocaat-generaal bij het beroepshof te Luik.
De dochters van deze laatste: Ludovique Nagels (1973) en Stephanie de Fraipont-Nagels (1976), bewoonden alleen het kasteel. Men vindt de familie Nagels vanaf 1500 in Maaseik.
In 1797 kwam een order van de stad om alle kruisbeelden en beelden uit de kerken te verwijderen. Zo kwam zeker één beeld, een St.-Anna-ten-Drieen, toegeschreven aan de Meester van Elsloo (XVde eeuw) onderdak vinden in het paviljoen.

Rond 1900 werd het door de heer Ludovic Nagels ontdekt: zijn dochter Ludovique Nagels let het in de vijftiger jaren in de Romaanse kerk van Aldeneik plaatsen.
Eveneens hebben er kluizenaars in Wurfeld gewoond. Het waren E. Frater Henricus Willems (1692); die in het klooster der E.H. Reguliere Kanunninken van het H. Kruis te Maaseik overleed op 30 september 1748.

Mathias Aangehouren, overleden te Maaseik op 9 viemidor van het jaar 6 der Franse Republiek.
De legenden die te Wurfeld de ronde deden, tot na de eerste wereldoorlog, geven ons een idee welke de gedachten waren van de bewoners van Wurfeld.
Elke nacht, wanneer de maan en de sterren de helft van hun nachtelijke weg hebben afgelegd, komt een oude man, met lange witte baard, omgord door een stralende mantel, gezeten in een gouden koets, getrokken door drie witte paarden, over het water van de gracht van het kasteeltje. Zijn gelaat is somber en treurig, zijn ogen kijken naar het diepe water. Zou hij een schat willen ontdekken die in de modder verborgen ligt? Driemaal doet hij zijn ronde. Dan verdwijnt hij in de nacht.

Waarom deze man het rijk der doden verlaat is verder een raadsel.
Degenen die de koets gezien hebben, merkten ook aan een raam van het Kasteel (een kamer uit de 17de eeuw) een mannetje. Rond middernacht begint hij goudstukken te tellen. Het is de vroegere rentmeester van de adellijke heer, die zijn meester bedroog en daarom gedoemd werd elke nacht opnieuw zijn rekeningen te maken. Maar tot op heden kloppen ze nog altijd niet.
Dit werd allemaal verteld, 's avonds rond de haard, bij het "uchtere". Ook de geschiedenis van "Houtebeen".
De stadsmensen noemde de inwoners van Wurfeld "zandknopers", omdat de meeste boeren meer zand in hun schoven hadden dan koren.
Wurfeld is een gesloten burcht, zonder vestingsbouw, waar generatie na generatie de grond bewerkt werd door moedige boeren, die al hun krachten inspanden om van Wurfeld te maken, zoals wij het nu kennen. En dat is gebeurd met als enig wapen: de ploeg.
Dankzij hun blijft het gehucht gekenmerkt door stilte, schoonheid en aantrekkelijke verten.
Bron: Documentatie: Dienst Toerisme Maaseik
Wandeltocht: "de legendenroute in het jaar 2000"
De legende van het jachtslot van Wurfeld
Met vrouw en twee pagadders van 5 en 6 jaar nemen we plaats op de Markt in de toeristische ruptstrein, stappen uit op Siemkensheuvel en vertrouwen onze kleinen toe aan de sociale helpsters van de kleuter- en sproojestuinen.
We volgen de bewegwijzering der legendenroute, nu eens langs grillig ompaalde weiden, dan weer langs tarwe- en korenvelden, over zanderige veldwegen om uiteindelijk door naar wierook geurende dennenbossen, Wurfeld te bereiken.
Eensklaps staan we voor een heerlijk natuurpark, een kasteeltje verscholen in het groen, het is het jachtslot van Wurfeld, bewoond in de jaren 1744 door een rijk edelman, Herr von Hornstein. Hier wordt tweemaal per dag de legende als een knap toneelstukje voor groepswandelaars opgevoerd.
Rond het jachtslot hadden destijds grote jachtpartijen plaats.
Een oneerlijke rentmeester stal goudstukken van zijn meester, maakte zich rijk, stal zich schatrijk. Na zijn dood verdween een kist vol goudgeld. Ze moeten begraven liggen, volgens de volksmond, onder een boom in het park.
Iedere nacht telt en hertelt de rentmeester zijn schat, zijn goudstukken, iedere nacht om 12 uur, iedere nacht aan hetzelfde venster. Misschien zou hij als christen gestorven zijnde wel eens alles willen teruggeven, maar helaas, de kist met goud werd nooit teruggevonden. Als straf, beweert de overlevering, moet hij iedere nacht zijn schat maar blijven tellen en hertellen tot 12 uur. Als dan de laatste 12-uurslag van de kasteelklok zelfmoord pleegt in de kruinen der kastanjebomen, is het middernacht, het spookuur, en zie, hotsebotsend rijdt een koets met drie paarden bespannen driemaal rond de gracht van het kasteeltje en in het deurraam der koets verschijnt het gelaat van Herr von Hornstein. Komt hij misschien iedere nacht om 12 uur zijn rentmeester bespieden of is hij als vrek nog steeds op zoek naar zijn gestolen goud? De legende eindigt: "Zo geschiedt het nog iedere nacht om 12 uur rond het kasteel van "Sans-Soucis"te Wurfeld..."

Vanop de binnenplaats van de hoeveherberg "Vergelshof"genietend van een frisdrank, vonden we de uitbeelding der spookgeschiedenis enig, verrassend mooi.
Na de laatste druppel verfrissend vocht uit ons glas geperst te hebben, verlaten we het spookoord en volgen verder de richtingspaaltjes der legendenroute.
Bron: Schrijver: Jaak Smeets